FC Den Bosch houdt goed gevoel over aan rechtszitting met Jordania

FC Den Bosch en haar advocaten, mr. Herman Knotter en mr. Kim van de Wiel van LXA The Law Firm, kijken met tevredenheid terug op de rechtszitting van dinsdag.

De zitting vond plaats op initiatief van Jordania, die FC Den Bosch ruim anderhalf jaar geleden
dagvaardde nadat eerder een aandelenovername door de KNVB werd geblokkeerd en FC Den Bosch en de Georgiër geen overeenstemming bereikten over de afwikkeling van het mislukte overnametraject.

De kern van het geschil betreft de investeringen van Jordania in FC Den Bosch die, volgens Jordania, gedeeltelijk zonder zijn instemming door de voetbalclub zouden zijn besteed. FC Den Bosch betwist dit nadrukkelijk en stelt echter juist nog geld van Jordania te goed te hebben.

Voorgeschiedenis
In juli 2018 bereikten FC Den Bosch en zakenman Kakhi Jordania overeenstemming over de overname van de aandelen van FC Den Bosch, met uitzondering van het zogenaamde gouden aandeel. Hierin zijn onder andere de vestigingsplaats, clubkleuren en het clublogo gewaarborgd. Voorwaarde voor de uitvoering van de overname was dat de Licentiecommissie van de KNVB haar fiat zou geven. Zoals bekend, is dit niet gebeurd. De KNVB vond onder andere dat de herkomst van de gelden van Jordania niet voldoende duidelijk was. Jordania draaide vrijwel direct de geldkraan dicht en stelde zich ineens op het standpunt dat hij een deel van zijn investeringen terug zou willen. Dit was in strijd met de contractueel vastgelegde afspraken.

Onderbouwing
FC Den Bosch pleitte dinsdag voor de meervoudige kamer in het Paleis van Justitie Oost-Brabant dat alle bedragen die Jordania aan de club heeft overgemaakt, op voorhand zijn geaccordeerd door Jordania  of de door hem aangestelde financiële en  technische man. De club heeft haar stellingen onderbouwd met talrijke bewijsstukken. Documenten waar Jordania,  in de meest relevante gevallen, zelf zijn handtekening onder heeft gezet. Alle bedragen die Jordania claimt, betreffen buiten-budgettaire uitgaven die op verzoek van  Jordania en/of zijn vertegenwoordigers zijn gedaan. Volgens FC Den Bosch zijn deze uitgaven ook nog eens achteraf  door diezelfde vertegenwoordigers gecontroleerd en met instemming  van Jordania (nogmaals) geaccordeerd.

Procedure
De zitting van dinsdag was bedoeld om meer duiding te geven op de aangevoerde processtukken en om de rechtbank de gelegenheid te geven om aan partijen vragen te stellen. Dat laatste deed de driekoppige kamer veelvuldig. Op veruit de meeste vragen die aan FC Den Bosch werden gesteld, kon direct sluitend antwoord worden gegeven. Over een paar andere vragen bleven de standpunten van club en Jordania (te) ver uit elkaar liggen. “We begrijpen dat het beeld van de zitting is dat er heel veel onduidelijk en welles nietes discussies zijn in deze zaak, we hebben echter meer dan 100 pagina’s met verklaringen, mails, toezeggingen etc. overgelegd. Op een aantal hele cruciale punten heeft de rechtbank via de videoverbinding ook rechtstreeks vragen kunnen stellen aan Jordania en zijn vertegenwoordiger. Hierdoor is er voor de rechtbank veel duidelijk geworden, waardoor op andere punten überhaupt geen vragen meer zijn gesteld. De vragen die ze nog hadden gingen over zaken die niet (geheel) duidelijk voor ze waren / waar discussie over bestaat. Het is logisch dat partijen bepaalde gebeurtenissen in hun eigen voordeel willen uitleggen.” Aldus mr. Knotter. De zitting leidde uiteindelijk tot de vraag vanuit de rechtbank of partijen bereid waren met elkaar om de tafel te gaan. Dit is volgens mr. Rob Kleijzen, in de Raad van Commissarissen van de club belast met onder andere de juridische portefeuille, heel gebruikelijk: “Een comparitie,  zoals deze zitting met een mooie naam heet, is enerzijds bedoeld om inlichtingen te verschaffen aan de rechtbank en anderzijds om te kijken of er geen regeling mogelijk is. Wanneer de rechtbank, al dan niet op onderdelen, ruimte ziet voor een eventuele schikking, dan zal zij daar op aansturen. Zeker wanneer er over en weer vorderingen zijn en dus ook discussies in dat kader. Omdat het vonnis sowieso gewezen wordt op 9 juni, is het onderzoeken van een schikkingsmogelijkheid binnen het gegeven tijdskader voor ons de moeite waard. Het is de snelste manier om een streep onder dit, helaas mislukte, avontuur te zetten.” De kans dat dit de komende twee weken gaat lukken, achten clubleiding en advocaten “mogelijk”. Kleijzen: “De rechtbank heeft aan partijen een denkrichting meegegeven die de discussie aanzienlijk kleiner maakt. De rechtbank adviseerde partijen om alleen enkele specifiek benoemde discussiepunten op de agenda van de komende twee weken te zetten. Dit betreft een aantal punten die ook met name van belang zijn voor de tegenvordering van FC Den Bosch. Deze punten gaan wij nóg verder onderbouwen en we gaan vervolgens met open vizier de gesprekken in. Lukt het dan nog niet, dan is het aan de rechtbank om te beslissen welke standpunten van wie hout snijden en welke niet.”

Hoe nu verder?
De rechtbank wijst het vonnis op 9 juni aanstaande, tenzij FC Den Bosch en Jordania er de komende twee weken alsnog samen uitkomen. Dan geschiedt de afhandeling tussen club en Jordania zonder verdere tussenkomst van de rechtbank.

Bron: FC Den Bosch

Gerelateerde berichten